Een vondst van Philippe

door: Frits Schalij

Eind jaren tachtig begin jaren negentig werkte ik bij Philips Research aan asynchrone schakelingen. Asynchrone schakelingen zijn simpel gezegd processoren zonder klok. Dit was in die tijd een vrij revolutionaire techniek waarvan wij dachten dat het energiezuinige processoren zou opleveren. Er waren maar een paar plaatsen in de wereld waar ook aan deze techniek werd gewerkt. Naast Caltech  in Amerika werkten ook de universiteit van Manchester en een groep in Leningrad hieraan. In Manchester en Leningrad deden ze dit niet om energiezuiniger processoren te ontwikkelen maar om snellere processoren te verkrijgen. Na de neergang van het communisme waren enkele wetenschappers uit Leningrad vrij om hun heil in het buitenland te zoeken en streken ze neer in Newcastle van waar ze gingen samenwerken met de universiteit van Manchester. Voor ons werd de universiteit van Manchester een interessante partij en we besloten een Europees samenwerkingsproject te starten samen met nog enkele kleinere partners. Ik maakte voor het eerst kennis met echte Russen. Omdat zij nog niet vrij konden reizen binnen Europa vonden onze ontmoetingen meestal in Manchester plaats. Overdag werken, ’s avonds bijpraten in de pub. Ik hoorde zo voor het eerst in mijn leven over de Russische kant van de Vietnam oorlog. Heel anders dan dat ik als kind altijd op het journaal gehoord had. Eén van de Russische collega’s kon ook een beetje schaken. Naar Russische maatstaven was hij een zwakke schaker, maar toen we ’s avonds in de pub een schaakbord vonden bleek dat hij op zijn minst van mijn niveau was. Hij dronk de hele avond wodka. Hij vond het een prachtig idee dat hij op kosten van de Europese gemeenschap, die ze altijd als grote vijand hadden beschouwd, zich kon bezatten aan wodka. Ik liet het bij Engels bier. Omdat je van Engels bier eerder vol raakt dan dronken kon ik goed naar zijn verhalen luisteren in het Engels met een sterk Russisch accent. Hij vond het leuk om te vertellen over het schaakleven in Rusland in de Sovjet periode.  Hij had leren schaken van zijn vader. Zijn vader schaakte beter dan hij. In zijn dagelijks leven was zijn vader KGB-er geweest zoals zoveel Russen. Geen belangrijke KGB-er. Hij was één van de controleurs van het schaaktijdschrift “64”. Zijn taak was om de ingezonden brieven te screenen. In die functie had hij een hoop meegemaakt zoveel zelfs dat mijn collega een hele avond kon vullen met het vertellen van anekdotes. Eén daarvan is mij bijgebleven.

Eens was er een ingezonden brief binnengekomen van een boer uit een Kolchoz in Georgië. De brief bevatte een schaakprobleem. De boer vertelde dat hij twintig jaar aan dit probleem had gewerkt. Altijd als hij aan het werk was had hij een schaakbordje bij zich om te kunnen nadenken over zijn probleem. Eindelijk, na twintig jaar, had hij zijn probleem geperfectioneerd en was er trots op. Het was een mat in vijftien. Hij was op het idee gekomen voor dit probleem naar aanleiding van een partij die hij ooit gespeeld had. Hij had opgegeven maar zag achteraf nog een tactische mogelijkheid. Door de stelling iets aan te passen was het een mat in vijftien geworden. Het probleem was opmerkelijk. Wit stond een hoop materiaal achter maar kon een dame halen die hij meteen weer kwijt raakte. Vervolgens ging hij met zijn loper het bord rond om telkens mat te dreigen. Zwart kon het mat iedere keer pareren door tot paard te promoveren. Op het laatst had zwart zelfs vier paarden op het bord maar toch kon de loper overal doorheen glippen en mat forceren. De vader van mijn collega liet de brief aan Petrosian lezen die op dat moment hoofdredacteur was van “64”. Petrosian was laaiend enthousiast. Twee dagen later kwam er een andere een brief uit dezelfde Kolchoz. Dit keer van het hoofd van de Kolchoz. Het hoofd van de Kolchoz legde uit dat één van zijn boeren een brief had geschreven, maar deze boer niet betrouwbaar was. De grootvader van deze boer was grootgrondbezitter geweest onder de tsaar en de boer hield er revisionistische ideeën op na. Deze boer was waarschijnlijk een vijand van het volk en het probleem dat hij gecomponeerd had kon daarom niet correct zijn. Het hoofd van de Kolchoz had ook alle leden van de Kolchoz die konden schaken opdracht gegeven om te zoeken naar de fout in het probleem. En of het probleem niet gepubliceerd kon worden. De vader van mijn collega las de brief en omdat hij onder de indruk was van de autoriteit van het hoofd van de Kolchoz gaf hij Petrosian opdracht niets te doen met de eerste brief. Jaren verstreken en Petrosian werd opgevolgd door Tal als hoofdredacteur van “64”. Tal neusde graag in het archief en trof zo op een gegeven moment ook de brief van de boer uit Georgië aan. Hij was meteen lyrisch over het probleem. De vader van mijn collega moest hem uitleggen dat hij niets mocht doen met deze brief. Tal kon het niet over zijn hart verkrijgen dat een zo’n mooi schaakprobleem verloren zou gaan en liet het zien aan een Nederlandse journalist. Het was een journalist die Tal vertrouwde omdat het de enige was die hij kende die meer dronk en rookte dan hijzelf. Tal vertelde erbij dat de journalist dit pas mocht publiceren na zijn (Tal’s) dood. De Nederlandse journalist was ook helemaal gegrepen door de schoonheid van het probleem, vergat zijn belofte aan Tal en publiceerde het, zij het met enige dichterlijke vrijheid. Tal had in Rusland heel wat uit te leggen aan de vader van mijn collega, maar door zijn ongekende populariteit kwam hij er weg mee. Een aantal jaren later kwam er nog een brief van het hoofd van de Kolchoz aan “64”. De boer van het schaakprobleem had zijn revisionistische ideeën toegegeven en was ontmaskerd als vijand van het volk. Er waren passende maatregelen tegen hem genomen. Eén van zijn andere boeren had ook het lek gevonden in het probleem. Het was eigenlijk heel simpel. Op zet vier haalt wit een dame. In de oplossing gaat zwart deze dame meteen slaan. Dit is een typisch voorbeeld van een kapitalistisch materialistische denkwijze. Het is veel beter de dame niet te slaan maar de koning in veiligheid te brengen. In dat geval is er de komende twintig zetten nog geen mat. De vader van mijn collega liet deze brief aan Tal lezen. Tal was aangeslagen. De vader van mijn collega en Tal besloten om het hierbij te laten. Ze zouden geen aandacht meer besteden aan dit probleem. Het probleem had een deel van haar schoonheid verloren.

Tijdens het vertellen van dit verhaal had mijn collega een aantal wodka’s weggewerkt. Ik merkte dat zijn taalgebruik steeds bloemrijker werd. Er kwamen ook meer details bij. Toen hij klaar was vroeg ik of dit allemaal echt waar was. Hij antwoordde: de waarheid mag een mooi verhaal nooit in de weg staan.

Ik was deze ontmoeting in Manchester met alle Russische schaakanekdotes eigenlijk alweer vergeten tot ik afgelopen week een mailtje via Jan Toorman van Philippe Blankert kreeg. Philippe had een foutje in het tractorprobleem van Jules gevonden. Het tractorprobleem werd beschreven door Hans Ree in de “In Memoriam” over Jules, onder redactie van Jan Toorman. Jules laat zwart in dit probleem op de vierde zet Pf7+ spelen met dame winst. Hierna is het mat in vijftien. Volgens Philippe is 4. … Kg4 veel sterker. Hij had het met Fritz nagerekend; na deze zet is het pas mat in 31.

Opeens drong het tot mij door: het verhaal dat mijn Russische collega vertelde ging over het tractorprobleem van Jules. De weerlegging waar alle boeren van de Kolchoz jaren over hadden gedaan was door Philippe Blankert in een paar maanden gevonden. Zie hier het probleem

Op de vraag of dit verhaal met die Russische collega waar is kan ik het best hem citeren: de waarheid mag een mooi verhaal nooit in de weg staan.

 

Naschrift:

Het probleem dat wij kennen als “tractorprobleem” is in werkelijkheid een studie gecomponeerd in 1957 door het duo Koroljkov en Mitrofanov voor het blad  ‘Romana di sah’, zoals al in 2012 aangegeven door Teun Balemans op onze website.

Mijn fictieve Russische collega was een fantast die mij iets op de mouw spelde. Ook Jules wist dit. Jules kon harde feiten afdoen als “niet onomstreden”. Waar het nu anno 2017 in Amerika de trend is om feiten af te doen als “fake news” en fantasie te promoveren tot feiten was Jules zijn tijd al ver vooruit! Alleen Jules deed dit niet om politiek gewin te behalen maar om zijn publiek te plezieren met mooie sprookjes.

Ik heb bijvoorbeeld lang moeten nadenken waarom Jules in Album 28 schrijft dat Nederland in 1978 de WK finale voetbal met 4-2 van Argentinië verloor. Bij mijn weten was het 3-1. Hij doet dit omdat veel Nederlanders een trauma van deze finale hebben: wat als Rensenbrink in de laatste minuut niet de paal had geraakt maar gescoord zou hebben? Dan zouden we wereldkampioen zijn geworden. Nee!! Dan zou Nederland helemaal geen wereldkampioen zijn geworden. Dan zouden er zes minuten blessuretijd zijn bijgekomen waarin Argentinië nog een penalty zou krijgen, net zoals Ajax ook altijd een penalty krijg als ze nog net even kampioen moeten worden. 4-2! Precies zoals Jules schrijft. Sinds ik dit weet heb ik van deze wedstrijd geen trauma meer. Bedankt Jules!

Om Koroljkov en Mitrofanov toch nog enig recht te doen wil ik de mooiste compositie van Mitrofanov laten zien. Wit begint en wint.

Helaas heeft dit probleem een lek. Probeer het maar eens te vinden. Als je er meer over wilt weten raad ik de website van Tim Krabbé aan.