Op en neer in Dieren

door: Jan Toorman

In hartje zomer heeft zich weer het Open Nederlands Kampioenschap van ons aller sport afgespeeld. Alweer voor de 49ste keer. En ook dit keer weer in Dieren: lekker centraal  ( dan is “te ver weg” nauwelijks excuus) en het bos altijd dichtbij (waardoor de vakantie nauwelijks wordt onderbroken). Ook ik kon het weer niet laten en koos voor de zesrondige variant uit het keuzepakket. Op rating werd  ik als 6e geplaatst in een groep van 46 deelnemers, om na 6 middagen ploeteren mezelf, leeg geschaakt, terug te vinden op de 13e plek. Geen geweldig resultaat, maar wel met een goed gevoel, en een ervaring rijker.

Van de website van de organisatie. Daar staan honderden foto’s op maar dit is de enige die ik kon vinden waar Jan (vrijwel zeker) op staat. (red.)

Oplettende lezertjes ( hun aantal schat ik op een stuk of drie; klik zo nodig nu alsnog op “interne” en vervolgens op “schaakrubriek”) herinneren zich vast nog wel hoe ik een jaar geleden op deze plaats verslag deed van mijn ervaringen in een vierkamp. Ook leuk , maar te kort om enige misstap of pech nog goed te kunnen maken. Na een week van maandag tot zaterdag ploeteren weet ik nu: 6 ronden zwitsers biedt nauwelijks meer kans om na een mindere partij nog terug te komen. Vandaar het opschrift:
Op en neer in Dieren.

Om te beginnen viel dat “op” in Dieren meteen al wat tegen. Wat al te optimistisch over de eigen kansen en te weinig gespitst op de mogelijkheden van mijn tegenstander mocht ik in de eerste partij misschien wel blij zijn met remise. Dat geeft niks, zeggen ze: dan gaat het daarna bij het zwitsers zelfs harder omhoog tegen nu minder sterke tegenstanders. Dat klopte aanvankelijk redelijk: ik won. Maar vraag niet aan Fritz hoe. Of toch maar wel:

 

Maar met nu 1½ punten stuiterde ik weer omhoog tegen een tegenstander met meer dan 100 ratingpunten meer. Maar met hetzelfde overdadige optimisme schakend als in de vorige partij ging het nu terecht mis en gleed ik weer met mijn 50%-score tot halverwege de trap naar beneden. Ik werd er wel wat voorzichtiger van, vooral omdat ik nu tegen een 15 jarige moest, een verlegen jongen met een moeder zichtbaar op de achtergrond en een achternaam die mij de vraag ontlokte: “Armenië?”, waarop hij alleen maar knikte. Wellicht een wonderkind?? Ik besloot de partij zo rustig mogelijk op te zetten. Maar helaas: mijn tegenstander deed niets scherps of heftigs maar ruilde in tegendeel zorgvuldig af waar het kon met als resultaat na 20 zetten:

 

Nu doorstoten, dacht ik met nu 2½ punten, en in de volgende ronde dacht ik ook dat dit ging lukken nadat ik op de volgende stelling had aangestuurd :

 

De damevleugel zit potdicht; zwart staat gedrongen; wit domineert de half open f-lijn; het paard staat prachtig op f5. Alleen nog ”even” verder pletten en met een mooi offer het punt binnenhalen….. Dat “even” viel tegen, heel erg tegen zelfs: Fritz beoordeelt de stelling zelfs met een reeks nullen: als zwart niets doet kan wit ook niets. Dat werd dus een harde leerschool die eindigde met een blunder in, hoe kan het anders, vliegende tijdnood.

Zo stuiterde ik weer naar beneden, om in de laatste ronde op de tiende zet al een stuk te winnen. Eindresultaat: ½+1+0+1+0+1=3 ½ punt , en inderdaad een vakantie-ervaring rijker. Maar ook iets geleerd?? Het ergste moet worden gevreesd.

 

Een gedachte over “Op en neer in Dieren

Reacties zijn gesloten.