Ludo-Hans en de tovenaarsleerling

Zie ook het stuk dat Herman Grooten hieraan wijdde op schaaksite.nl in de rubriek ‘Gespot’ nummer 58 van 14-12-2013 getiteld: ‘Blunder of toch niet…?’

 

Maandag na de interne konden Hans en Ludo de slaap niet vatten. Ludo had weliswaar Hans Reusink verslagen, maar dat was niet hetgeen hem de nachtrust ontnam; het was de manier waarop. Er bleef iets knagen. Tijdens de post mortem hadden zij vastgesteld dat Hans de opening wat onzorgvuldig behandeld had, waarna Ludo met een meesterlijke zet op voorsprong kon komen. Hans had zich kranig geweerd, maar heeft toch de rest van de partij met de moed der wanhoop moeten verdedigen tot er geen houden meer aan was. Wij eenvoudige schuivers hebben dan niks anders dan een computerprogramma of ons eigen onbetrouwbaar, immers falend denkvermogen ter analyse, maar hoe anders is dat op het niveau van Hans en Ludo. Bekend met de ongeschreven schaakwetten weten zij uit de miljarden mogelijkheden die na luttele zetten kunnen ontstaan stellingen te bereiken waar anderen boeken over geschreven hebben. Warempel, exact dezelfde zetten vond Ludo terug in “The Sorcerer’s Apprentice” . David Bronstein zelf had deze stelling al eens geanalyseerd tijdens de voorbereidingen voor een partij tegen Kortsjnoj in 1960.
Dit is de stelling waar het om draait:

Ludo-Hans, interne ronde 6,  14-10-2013

1.d4 Pf6  2.c4 e6  3Pc3 Lb4  4.Lg5 h6  5.Lh4 De7  6.Pf3 d6  7.Da4+ !

Ludo-Hans14102013

Hier leek het pleit reeds voortijdig beslecht en Hans ging naarstig op zoek naar zetten die de schade nog konden beperken. De loper op b4 hangt dus 7…Pc6 is de enige mogelijkheid, maar wat te doen op 8.d5?

Gespeeld werd 8…Lxc3+ 9.bxc3  g5 10.dxc6  b5 11.cxb5  gxh4 12.Dxh4 met het bekende resultaat tot gevolg; Ludo heeft aan de voorsprong van twee pionnen genoeg om de partij naar zich toe te trekken.

En dit is de reden waarom Bronstein deze zetten nooit gespeeld heeft :Tijdens het Sovjet Kampioenschap in Leningrad in 1960 had Bronstein het volgende voorbereid. Aangezien Viktor Kortsjnoj vaak 1.c4 Pf6  2.Pf3 e6  3.Pc3 speelde, besloot David 3…Lb4 te proberen en indien 4.d4 dan 4…d6. Vervolgens 5.Lg5 h6  6.Lh4 De7!  7.Da4+? en dan zijn we weer bij Ludo- Hans.

7.Da4 ziet er erg aanlokkelijk uit, de gebruikelijke Nimzo-Indisch zet is hier echter 7.e3. Da4 blijkt helemaal niet zo’n ‘meesterlijke zet’. Kortsjnoj weet dat gewoon, dus de hele variant is nooit op het bord geweest.
Na 7…Pc6 is 8.d5 namelijk fout:  Zwart vervolgt met 8…exd5 9.cxd5 De4! en het is de zwartspeler die met voordeel uit de opening komt ! Simpel, eenvoudig en doeltreffend.
Bronstein fantaseert nog even door in zijn boek en weet wit op de negentiende zet mat te zetten. Zo zou het kunnen gaan: 10.Pd2  Dxh4 11.dxc6  0-0 12.a3  Pg4 13.g3  Df6 14.axb4  Dxf2+ 15.Kd1  b5 16.Db3  Le6 17.Da3  Pe3+ 18.Kc1  De1+ 19.Pd1  Dxd1#

Onthoud daarom dit motief, het kan u tot voordeel strekken. Niet meer in een partij tegen Ludo of Hans, maar er zijn nog zoveel anderen die iets van Bronstein kunnen leren..

 

Een gedachte over “Ludo-Hans en de tovenaarsleerling

  1. Pingback: De tovenaarsleerling | Eindhovense Schaakvereniging

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *