Verslag ronde 9

Eindhoven 2 – De Stukkenjagers 4         Ronde 9

In de laatste ronde wilden we nog één keer proberen te schitteren na een verder zeer wisselvallig seizoen. Maar dat is, typerend voor hoe het maar al te vaak ging, niet gelukt: 3½ – 4½. Maar dat gebeurde wel tegen de terechte kampioen: Stukkenjagers 4. Dat team was volgens mijn tegenstander het seizoen bescheiden begonnen als  “proberen ons te handhaven”, waarna het op alle cruciale momenten steeds mee zat als de uitslag onder de 4-4 dreigde uit te komen, en had ook tegen ons team alles mee. En dat was geen geluk maar echt beter spel, zoals het volgende verslag laat zien:

Wij verkeerden in de luxepositie dat enkele spelers teveel waren, mede omdat ons veelbelovende jeugdtalent Wendy Huang wel een keer wilde ervaren hoe het is in de promotieklasse. Ook Hans Ouwerkerk kon tot ieders genoegen weer van de partij zijn na een half jaar afwezigheid wegens ziekte. Maar vanaf de start zat het weer eens nergens echt mee voor ons team.

Wendy speelde snel zoals jeugdspelers altijd doen. Na een Scandinavische opening maakte zij op de 13e zet, zoals zij rapporteerde, “een foutje. Door dat foutje had zwart een paard en wit twee pionnen. Er werden stukken geruild en zwart had toen een loper en drie pionnen en wit vier pionnen”. Zo kwamen we 0-1 achter.

Ook bij Albert zat het tegen: vrij vlot ontstond er een toreneindspel met elk zes pionnen. Ook al had Albert een lelijke dubbelpion, toch leek zijn stelling best houdbaar. Dit temeer in de wetenschap dat twaalfjarigen (!) te jong plegen te zijn om eindspelen goed te behandelen. Maar nee hoor: er was duidelijk sprake van een jeugdtalent, waarover Albert schrijft: “Op een heel mooie manier zette hij de partij naar zijn hand”. 0-2.

Gelukkig ging het bij Jeroen beter hoewel het heel spannend werd: Bij tegengestelde rokades kwam zijn tegenstander een beetje in tijdnood en durfde zijn eigen aanval niet door te zetten en ging verdedigen. Jeroen schrijft: ”Hierdoor kreeg ik de h-lijn met wit open en een gedekte vrijpion op g6. Merkwaardig genoeg bleek dit niet direct winnend en zou een gelijk eindspel voor de hand liggen. Zwart moet het dan wel goed doen. Mijn tegenstander besloot na g7 tot Kxg7 waarna de zware stukken ineens moeiteloos binnenkwamen met groot materiaal winst.” 1-2.

Bij mij ging het een keer meteen helemaal naar wens: een droompartij zelfs, eindigend in een verpletterende mataanval. Toen mijn tegenstander na een voorzichtig begin  verzuimde het centrum open te breken kwam hij er al gauw niet meer aan te pas. Ik sloeg eerst met een paard in op g7, wat mij geen pion opleverde maar er een kostte in ruil voor een half blote zwarte koning. Nadat ik er ook nog een kwaliteit in stak gaf mijn tegenstander op de 28e zet op: mat in drie.    2-2.

Bij Jochem (met zwart) zat het eerst niet mee, maar uiteindelijk toch wel: “Ik mis routine, en was op zet twee al “out of book”. Dat bleek ook uit de partij. De spelers kwamen uiteindelijk in een soort van stonewall met verwisselde kleuren terecht. Het loperpaar was weinig waard en het machtige witte paard op e5 kon pas laat worden afgeruild. De witte koningsaanval sloeg door en had beslissend moeten zijn. Toen wit echter de eenvoudige winst miste restte slechts een dubbeltoreneindspel met een minuspion. Dit was waarschijnlijk te houden door zwart maar wit speelde het erg passief en daardoor werd nog voor de tijdcontrole de vrede getekend.”  2½ – 2½.

Ook bij Bas (met zwart) liep het bijna verkeerd af: “Toen na een symmetrische start de symmetrie werd verbroken miste ik vrij snel een eenvoudige pionwinst (met Pd7, Dd8-b8 en Le7-d8-c7 pion e5 aanvallen, die maar twee keer gedekt kon worden). Nadat de stelling werd geopend, nam wit over de half open d- en e-lijn de zwarte centrumpionnen onder vuur. Wit had de regie in handen, en kon in wederzijdse tijdnood met een fraaie truc -gebaseerd op een kruispenning- een toren winnen. Hij verwisselde echter twee zetten, waarna ik met een blauw oog naar een remise-eindspel kon vluchten.”  3-3.

Hans zijn partij was lange tijd voor mij moeilijk in te schatten. Hans zelf rapporteert: “Ik speelde een boeiende partij. In een Catalaan met Grünfeldachtige structuren offerde ik een pion voor actief stukkenspel. Dat kreeg ik ook, maar het bleek niet eenvoudig daar iets concreets van te maken. Het vinden van de juiste velden voor mijn stukken had me veel tijd gekost. Toen ik eindelijk mijn pion met voordeel terugwon had ik niet genoeg tijd meer om het juiste plan te vinden. Toen de laatste pion op de damevleugel eraf ging en we beiden dame, toren en vier koningsvleugelpionnen overhielden was alle muziek uit de stelling en tekenden we de vrede.” 3½ – 3½.

Daarentegen had het bij Walter echt goed moeten aflopen maar gebeurde het tegendeel: “Met wit kwam ik veel beter uit de opening. De zwarte paarden stonden erg ongelukkig opgesteld. Na mijn rochade maakte ik een verzwakking waardoor zwart tegenkansen kreeg op de witte koningsstelling. In plaats van de diagonaal a1-h8 te blokkeren met de zet e5, ging ik voor de aanval over de g-lijn. Met die keuze vergooide ik mijn voordeel en kreeg zwart een pionnenmeerderheid op de koningsvleugel. Het lukte me niet meer om mijn stukken goed te laten samenwerken.” Het toreneindspel met een pion minder was niet te houden. En zo werd de eindstand 3½ – 4½. Een terechte nederlaag gezien het spelverloop.

Tot slot nog enkele opmerkingen over het hele seizoen in de promotieklasse: ik blijf mij verbazen rond alle daarin spelende teams over allerlei uitslagen. Wat een wisselvalligheid! Achttallen blijken toch wel een heel kwetsbaar bezit waarin maar al te vaak één foutje van één speler fataal blijkt te zijn voor het hele team. Maar niet zo Stukkenjagers 4 dat merkwaardig constant bleef en dus het kampioenschap meer dan verdiend heeft. Stomverbaasd zie ik in de eindstand dat zij SLECHTS EEN HALF BORDPUNT MEER HEBBEN DAN WIJ!  Maar ja, ook zes matchpunten meer……

Jan Toorman

Eindhoven 2

De Stukkenjagers 4

Friesen , B. (Bas) 1964 Beukema , O.J.H. (Henk Jan) 1993 ½ – ½
Put van de, J.W.P. (Jeroen) 2041 Veen de, R.A. (Ron) 1927 1 – 0
Berndsen , J.F. (Jochem) 1932 Karstens , A. (Lex) 1877 ½ – ½
Toorman , J. (Jan) 1894 Hoog op ‘t, J. (Joost) 1781 1 – 0
Coenen , A.P. (Albert) 1831 Beukema , C.R.A. (Constantijn) 1807 0 – 1
Anema , W.J. (Walter) 1951 Lie-Kwie , K. (Kienfong) 1781 0 – 1
Ouwersloot , J. (Hans) 1927 Castermans , P.J.M. (Paul) 1606 ½ – ½
Huang , W. (Wendy) 1600 Otten , J. (Jan) 1816 0 – 1
Gemiddelde Rating: 1893 Gemiddelde Rating: 1824 3½-4½