Verslag ronde 7
De Juiste Z 1 – Eindhoven 2 zaterdag 8 maart ’25 5 – 3
Onze wedstrijd tegen De Juiste Z begon niet zo lekker omdat wij de donderdag voorafgaand aan deze wedstrijd Ivan hadden afgestaan aan het eerste team. Wegens vakantietijd en al vele mutaties in de andere teams konden wij geen vervanger meer gevonden krijgen. Op zich gingen wij vol goede moed richting het zuiden omdat wij als promotie kandidaat (1 verliespunt achter de beide koplopers) nog wel kansen zagen tegen de nummer laatst. Dit pakte helaas voor ons anders uit.
Nico speelde met wit tegen Jean Spee. Er kwam een Weense partij op het bord, waar hij steeds wat minder stond. Uiteindelijk wist Nico zich te ontworstelen en werd de stelling steeds kansrijker. Helaas was (voor ons beiden) de tijd ondertussen aardig weggetikt, en zo werd de kritische fase een foutenfestijn. Nico maakte de laatste fout en daarmee konden de stukken in de doos.
Jacob speelde op bord 1 tegen Philippe Da Ces en Jacob voelde zich niet helemaal lekker. Nog een bord leeglaten vond Jacob toch echt niet kunnen en hij ging de strijd aan. Na 1 Pc3 d5 2 d4 Lf5 3 f3 kwam de partij met wat zetverwisseling in de Chigorin -Alburt, Jacob heeft dit nog opgezocht. Jacob kwam er redelijk goed uit doordat die loper avontuurlijk van f5 naar g6 naar e4 (een pionhapje) naar d5 ging binnen de tien zetten. Ontwikkelingsvoorsprong tegenover dat pionhapje. Jacob had het harder moeten aanpakken, maar verslapte, kwam in een penning terecht op de e-lijn en dacht desondanks te kunnen combineren. Kon niet: hij had zich verteld in het aantal zware stukken dat hij op de e-lijn had staan. Stuk achter was het gevolg en het was niet nodig geweest, als Jacob in plaats daarvan achterwaarts had geconsolideerd. Verbeten nog een tiental zetten door gespeeld, maar Philippe trapte nergens in.
Ik speelde met wit tegen Wouter Smeets en wij kregen een Oud-Indische opening op het bord. Ik had zoals gebruikelijk steeds een klein plusje (+ 0,6 – 0,8) de eerste 25 zetten en je moet in dit soort stellingen geduldig zijn met wit en op het juiste moment doorbreken. Toen ik toch nog iets of wat te ongeduldig werd kon mijn tegenstander middels een schijnoffer zich bevrijden en afwikkelen naar een eindspel met ongelijke lopers. Ik had weliswaar nog een vrijpion maar door de ongelijke lopers kon ik daar eigenlijk niets mee. Ik nam daarom het remise-aanbod van mijn tegenstander ook na niet te lang nadenken aan.
Hans Ouwersloots tegenstander Tom Koolen had blijkbaar lang niet gespeeld en miste het vertrouwen om in de opening het bekende schijnoffer op e4 (gevolgd door een vork met d5) te brengen. Het had hem uitstekend spel opgeleverd. Nu kwam Hans goed uit de opening. Dankzij de training van Ludo enige tijd geleden durfde hij met vertrouwen een pionnetje op b7 te slaan, waarna zwart nog één kans op complicaties miste. Nu ging het eigenlijk vrij gemakkelijk uit.
Hans Bosscher speelde met zwart tegen Jules Daemen. De opening begon als Slavische opening en kreeg snel het karakter van een Damegambiet en toen kreeg Hans zin in het Meraner syteem door na 7…dc4: 8.Lc4: met 8…b5 een agressief spel te willen spelen. Beiden gingen we het centrum opengooien maar voor wit was dat net te vroeg waardoor wit na afwikkeling een zwakke pion op c3 kreeg die ik eenvoudig kon verorberen. Uiteindelijk kwam het tot een toreneindspel waar Hans natuurlijk onbezorgd kon spelen met een pluspion. Maar door listig spel van m’n tegenstander kreeg zijn pluspion geen waarde meer en werd tot remise besloten. Analyse moet nog uitwijzen of hij het beter had kunnen doen in het eindspel.
Walter speelde met zwart tegen Peter Mergelsberger. Ze rokeerden naar verschillende kanten en daarbij maakte Walter een fout die hem een kwaliteit kostte. Na een reeks onnauwkeurige zetten van beide kanten kreeg Walter uiteindelijk nog wel voldoende compensatie door aanvalskansen op zijn koningsstelling; maar de tijd ontbrak hem om er echt iets mee te doen. Na de tijdnoodfase domineerden de witte stukken het bord en met een aardige combinatie maakte zijn tegenstander een voor hem gunstig einde aan de partij.
Hans van Den Hurk speelde met zwart tegen Roy Pieper en kreeg het London systeem tegen. De witte lopers kon hij ruilen en hij ging ervan uit dat de planmatige koningsaanval van wit niet meer echt gevaarlijk kon worden. Hans kon ruimte op de damevleugel pakken. De koningsaanval kwam, maar Hans kon de dames ruilen en een opgesloten toren van wit werd gepromoveerd tot kwaliteitsoffer. Toch werd het voor zwart nog wel tricky zeker toen wit ook nog een stukoffer bracht. Met een toren voor witte pionnen op g6 en h6 kon Hans met een stukoffer het gevaar bezweren. Toch miste wit nog een lastig te vinden wending om ongeveer gelijk spel te krijgen. Hierna kon Hans een pion winnen op de damevleugel en het eindspel met toren tegen loper was vrij eenvoudig gewonnen.
Al met al toch een teleurstellende 5-3 nederlaag.
Rudi Serton
