Verslag ronde 5

ESV 4  –  HSC Helmond 2     3 – 5

Het gaat uitstekend met het vierde. De teamresultaten zeggen iets anders, maar hee, we zijn een opleidingsploeg en je ziet onze jeugdspelers groeien en ervaring opdoen waar je bij zit. Een oude Chinese wijsheid luidt: De jeugd heeft de toekomst. En daar is geen woord Spaans bij. Maar wij hebben wel meer verleden, en meer geleden, zoals ook zaterdag weer. Man, man, het was wederom huilen met de pet op, of pleurer avec le chapeau zoals de Fransen zeggen. Maar goed, you can’t have your cake and eat it too als je de Engelsen op hun beurt moet geloven.
Genoeg inleiding, over naar de harde feiten. Als we Tom even niet bij de jeugd tellen – Tom is niet bij ons in opleiding, nee Tom geeft ons de juiste richting aan louter door van achter het eerste bord te trachten ons voor degradatie te behoeden – dan scoorde de jeugd zaterdag 2½ uit 4 en de oudjes plus Tom ½ uit 4. Die ½ door Tom welteverstaan. Vandaar dat wij hem ook wel noemen: TomTom.

Zie hier hoe Tom Pascal Boudewijns naar de keel greep tot hij om genade smeekte en hoe onze grote roerganger goedmoedig over zijn edel hart streek:

Laten we de hoogtepunten tot het laatst bewaren en daarom beginnen met de partijen van Ron, Ewout en Flip:

Flip verwoordt het kort en krachtig:
“Ik(1619) speelde met wit tegen Willy Jonkers (1865). We speelden het Slavisch Damegambiet. Ik kwam goed uit de opening tot hij op de 27e zet mijn twee achtergebleven pionnen op b2 en a3 kon veroveren. Het werd nog even spannend door een poging van mij om op de andere kant te promoveren, maar dat werd tegengehouden. En ik kon promotie van zijn a en b pion niet meer tegenhouden.
Einde partij.”

Mijn partij was zo mogelijk nog sneller voorbij: Hier de weergave in bijkans realtime. Voordat ik met mijn ogen kon knipperen was het over en uit. Ik denk er thans over om mijn aspiraties te heroverwegen en mij in een andere hobby te bekwamen. Ik heb potloden gekocht en een niet te moeilijk kleurboek.
Voor de ware geïnteresseerden: Mijn zetten Le6 en Pxd5 waren van bedenkelijk allooi en werden gedecideerd afgestraft door mijn opponent.

Jean-Paul Fransen – Ron van Hoogstraaten

Ostap verloor en Kirtin maakte remise, maar beiden deden daarvan geen verslag.

Intussen aan bord 4. Tim rolde Retze op in een klassieke Konings-Indiër waarbij hij geen moment in gevaar kwam en gestaag zijn voordeel vergrootte. Hij creëerde een enorm ruimtevoordeel op de damevleugel en vanaf zo’n beetje halverwege de partij kon zwart eigenlijk alleen nog maar tegenspartelen, maar niets wezenlijks tegen het witte spel inbrengen. Zo moet het dus Flip, Ewout en Ron !

Zoals gezegd, het beste voor het laatst bewaard; Niranjana laat ons zien hoe schaken moet. Ik geef drie stellingen waarin zij laat merken het juiste inzicht te hebben. Maar allereerst haar eigen commentaar:
“Nico Vissers (1801) – Niranjana Ganeshram (1619)   0-1
Ik speelde met zwart en mijn tegenstander speelde gewoon de Giuoco Piano Game (e4, e5). Het was een normale opening, maar het middenspel werd heel interessant wanneer ik met een van mijn centrumpionnen begon door te schuiven. Uiteindelijk ruilde we dames, en toen werd het heel spannend. Mijn twee torens, loper en paard waren dichtbij zijn koning, maar hij dekte ook wel best goed. In het einde maakte hij een fout waardoor ik zijn paard ging winnen, dus gaf hij op.”

Wat Niranjana hier een fout noemt was volgens Fritz 19 op diepte 33 de beste zet voor wit, ik ga hierna de beslissende reeks laten zien. Wit kon al zijn gewicht in de strijd werpen, maar er was gewoon geen ontkomen aan.
De eerste stelling (na 11.Te1) geeft een voorproefje van wat komen gaat. Niranjana speelt hier e4! Je zou denken dat die pion verloren gaat wegens de penning van het paard op f6, en uiteindelijk gebeurt dat ook maar niet voordat Niranjana al haar stukken goed geplaatst heeft. (Zie in contrast daarmee de witte toren op a2 in de tweede stelling; die zal de rest van de partij niet meer meespelen.)

De tweede stelling: Het zwarte paard staat aangevallen en de zwarte loper dreigt ingesloten te worden na zetten als g4, gevolgd door c5 en b4. Niranjana vindt de weerlegging: 21…Pe3+! en wit had hier het beste de kwaliteit kunnen geven maar verkiest te vluchten waarna de volgende krachtzet 22…Pxg2! het einde inluidt.

Een klein puntje van kritiek – niet alle zetten waren geniaal – dus in het kader van de opleiding: Voordat stelling twee ontstond speelde wit 21.Te2? Als hij daar 21.g4 Tf7 22.c5 Pxe1 23.Kxe1 Lxc5 24.Pxc5 Tf3 25.Pd1 had gespeeld zou hij een miniem voordeeltje hebben behouden zo beweert Fritz na het doorrekenen van enige miljarden mogelijkheden. Kniesoor die daar op let zolang je niet tegenover Magnus zit, maar toch.

Hulde voor Niranjana. Wie half haar talent had moest de goden dankbaar zijn. Intussen ploeteren wij voort. Also sprach Zarathustra. Het team heeft dus verloren; de oudjes hebben het laten liggen. Is dat erg ? Nee, hooguit ernstig. Het zou pas erg zijn als het andersom was. Het gaat uitstekend met het vierde.

Ron van Hoogstraaten