Verslag ronde 7
ESV 3 – Stukkenjagers 5, zaterdag 7 maart 2026
Hoera! Hoera! Hoera! ESV 3 is kampioen!!!!
Na vorig seizoen op de derde plaats en twee seizoenen geleden op de tweede plaats te zijn geëindigd, zijn we nu eindelijk één ronde voor het einde, al zeker van het kampioenschap. Ik kwam er op zaterdagavond achter na de wedstrijd, waarvan je hier het verslag ziet, bij een etentje met Rudi Serton, Walter Anema, Frits Schalij en Jan Vosselman bij een Chinees restaurant ergens aan de Franse Baan in het noordwesten van Eindhoven.
Onze laatst overgebleven concurrent, De Kentering 1 uit Rosmalen , verloor verrassend van De Baronie 3 uit Breda. Zou De Kentering 1 hebben gewonnen, dan hadden we nog, in de laatste ronde, gelijk moeten spelen of wellicht mochten we ook met kleine cijfers verliezen om De Kentering voor te blijven. Al met al denk ik, dat ESV 3 duidelijk heeft laten zien wie het sterkst is in de vijfde klasse M; zes keer winnen is klare taal, lijkt mij!
Het zou overigens een leuke afsluiting zijn, als we na de laatste ronde – uit in Rosmalen – met z’n allen ergens gaan eten in den Bosch (Rosmalen is gemeente den Bosch). Plannen in die richting bevinden zich al in een ver gevorderd stadium. Wellicht krijgen we gezelschap van ESV 5, dat in de laatste ronde – door te winnen van de Kentering 3 – eveneens kampioen kan worden! Overigens heb ik inmiddels van Ewout Snoeck (teamleider vierde team) gehoord, dat zij ook in Rosmalen spelen, namelijk tegen een team van HMC den Bosch. Het vierde wordt zeer waarschijnlijk kampioen, want zij hebben in de laatste ronde nog maar één bordpunt nodig.
In de auto onderweg naar den Bosch kunnen we dan allemaal luidkeels zingen: ‘dat gaat naar den Bosch toe, zoete lieve Gerritje, dat gaat naar den Bosch toe, zoete lieve meid’. Daar gaan jullie wel mee akkoord of niet?
Bord 1: Bastiaan van de Rijt (1861) – Arda Çayönlü (1976)
Bord 2: Jan Toorman (1876) – Huong Do (1770)
“Mijn partij startte vreemd: geen tegenstander. Maar die zou wel komen: trein gemist. Ik deed mijn eerste zet, startte de klok en ging rondkijken hoe ons team op gang kwam. Na een half uurtje ontdekte ik toevallig dat er toch iemand stilletjes achter ‘mijn’ bord bleek te zitten! Zo startte mijn partij met na de eerste zet verbruikte tijd: tegenstander 21 en ik 11 minuten. Gezonde zetten waren gemakkelijk te vinden omdat mijn Vietnamese (?) tegenstandster uiterst defensief speelde.”
“Hier had ik al op de elfde zet beslissend voordeel kunnen halen. Kijk zelf! (oplossing aan eind van dit verslag). Maar ik zag het niet. Hierna stond ik wel steeds wat beter, maar het onrust veroorzakende tijdverbruik plus een tegenstandster die steeds maar weer een goede verdedigingszet vond beïnvloedden het verdere spelverloop. Op de 33e zet ging het alsnog naar wens toen mijn twee torens de zevende rij bereikten:
Wat nu met de loper op e7? Zelfs ‘Fritz’ moest even nadenken: verdedigen met de toren door f7-f6! En wit staat maar een beetje beter in de zeer gecompliceerde stelling, waarin over en weer alles heel gemakkelijk fout kan gaan. Kom daar maar eens op in weinig tijd! Op Le7-g5 volgt Txf7! Omdat op terugslaan met de toren Dh8++ volgt! Zwart ging met Df4-d6 eindelijk definitief in de fout door loperverlies.
Net als in de vorige ronde was ik weer als laatste klaar. Maar dit seizoen wel als teamtopscorer!”
Bord 3: Guus Vermeulen (1835) – Kiran Anginthaya (1914)
Invaller Kiran speelde met zwart een mooie partij tegen Guus Vermeulen, toch best een redelijke speler. Helaas kan ik Kirans partij niet laten zien, omdat ik moeite heb met het schaakprogramma, dat hij gebruikt. Kiran won een kwaliteit en toen hij met dame, twee torens en de h-pion druk uitoefende op de koningsstelling van zijn tegenstander kon hij zelfs mat zetten. Een mooie overwinning Kiran!
(Hoewel het niet mee zal vallen de beginopstelling na vier zetten te bereiken toch een poging, red.) :
Bord 4: Loek van Rey (1931) – Jeroen van de Rijt (1781)
Loek speelde met wit een snelle remise. Hij kreeg een Russische verdediging voorgeschoteld, waarna hij op voorstel van zijn tegenstander remise accepteerde. Zijn partij duurde minder dan een uur.
Bord 5: Toon Stuart (1844) – Nico Schellingerhout (1880)
Nico geeft zelf commentaar:
“Er kwam iets Dame-Indisch-achtigs op het bord. Bij de overgang naar het middenspel koos ik het goede plan, maar overzag een zet later prompt een simpel pionverlies. Na wat gemanoeuvreer kwam er een eindspel op het bord, waar ik nog wat in troebel water kon vissen. Dat lukte aardig en ik kreeg tegenkansen, maar het kostte me wel al mijn tijd. Ik speelde vanaf de dertigste zet op het increment. Toen ik tot twee keer toe verzuimde mijn kansen te grijpen was een minder tot verloren eindspel een feit. Een flinke bok op de veertigste zet betekende meteen het einde.”
Bord 6: Jos Rensen (1849) – Marieke Sarton (1717)
Jos geeft zelf commentaar:
“Met mijn aanpak van de Caro-Kann (1.e4 c6; 2.Pf3 d5; 3. ed5 cd5; 4. Pe5) bracht ik zwart enigszins in verwarring. In het middenspel wist ik de druk op te voeren door de pion op e6 onder druk te zetten met een batterij zware stukken. Maar zwart wist haar verdediging precies op tijd te organiseren. Het vinden van het juiste plan kostte me zoveel tijd, dat de klok een belangrijke rol ging spelen. De keuze om de aandacht te verleggen naar een aanval op de koningsvleugel kwam als een boemerang terug. In een moment van verstandsverbijstering liet ik een vork op toren en dame toe. De prijs was een volle toren en een onnodig verliespunt. Tot mijn grote opluchting wist het team overtuigend te winnen en als kers op de taart konden we aan het eind van de dag ook de champagne ontkurken op ons kampioenschap. Alle wedstrijden werden tot nu gewonnen; een mooie prestatie!”
Bord 7: Bas Rosheuvel (1783) – Albert Coenen (1876)
Bord 8 : Thomas Jager (1696) – Alen Bajramovic (1678)
Albert Coenen
U heeft nog de oplossing van de beslissende zet van Jan tegoed (Hij speelde hier overigens 11. a3 maar won later alsnog)
