Verslag ronde 3

ESV 2   –   Maastricht 2     4½ – 3½

Wegens andere bezigheden kon ik niet met het tweede mee schaken. Als compensatie had ik toegezegd om aan te komen moedigen en het verslag te schrijven. Bij deze dus!
Bij mijn binnenkomst rond half drie waren Jacob en zijn tegenstander – blijkbaar oude bekenden – in de barruimte van de Hoeksteen al verwikkeld in een geanimeerde analyse. Omdat ik de partij zelf dus niet heb gezien, laat ik Jacob aan het woord:
‘Helmer Wieringa is een oude bekende: in de zestiger jaren speelden we om het jeugdkampioenschap van de Sticht-Gooise Schaakbond. Ook toen al was hij langer dan ik. Ik wist dat hij Siciliaans speelde en omdat ik c5 lastig vind als reactie op Pc3, besloot ik afwijkend met g4 te openen. g4 lijkt een sprong in het duister, maar als zwartspeler heb ik wel enige ervaring met g5. Vandaar. Aanvankelijk leek zwart het systeem makkelijk te weerleggen: hij veroverde het centrum, waar ik slechts een tochtige rechterflank tegenover kon stellen, zij het ook met lopers die de linkerflank bestreken. Vervolgens liet zwart wat kansen liggen. Uit angst een pionnetje te verliezen (nota bene pion a7) gaf hij de rokade op en bleef zitten met een riskant geposteerde koning. Dit bood mij de kans via een kwaliteitsoffer een langdurige penning te creëren. Dat overleefde zwart niet. (1-0).’
In de zaal zelf waren sommige partijen al ver gevorderd (bij Frits stonden slecht vier torens, twee lopers en drie pionnen op het bord), terwijl bij andere de strijd nog moest ontbranden: bij Nirupa was er pas één pion geruild. Hans Ouwersloot was een stuk kwijt geraakt – volgens hemzelf na een blunder – waarvoor zijn twee pionnen onvoldoende compensatie waren. Toen zijn tegenstander het initiatief overnam was het snel gedaan (1-1). Walter had tegen zijn jonge tegenstander een sterke koningsaanval opgebouwd. Dat hij per ongeluk een pion weggaf deed niet ter zake: zijn aanval sloeg door (2-1). Rudi leek tegen de Hollandse Leningrader een ideale stelling te hebben, maar zijn tegenstander verdedigde zich prima. Rudi raakte weliswaar een pion kwijt, maar zijn tegenstander was vanwege zijn onveilige koning blij de zetten te herhalen (2½-1½). Frits zat nog heel lang door te spelen met elk een toren, loper en pion. Ik begreep pas waarom toen Frits mij de partij liet zien: het was uit frustratie omdat hij na een prima opening twee zeer gezonde pionnen had voorgestaan. In opkomende tijdnood had hij helaas een tegenkans toegelaten en werd een eventuele winst steeds moeilijker. Uiteindelijk helaas remise (3-2). In de drie partijen die kort na de tijdcontrole nog bezig waren leek Nirupa iets minder uit de opening te zijn gekomen, maar leek zij na sterk spel eerder iets beter te staan. Hans Bosscher had een pion meer, maar de witte vrijpion op h7 was een handenbinder, en wit stond actiever. Yanyang stond een pion achter zonder echte compensatie, maar vanwege de gesloten stelling was het voor zijn tegenstander moeilijk om verder te komen. Nirupa gaf remise in een stelling waarin ze eerder iets beter stond (3½-2½). Helaas was ze al weg voor ik haar commentaar op haar partij had kunnen vragen. Volgens haar tegenstander stond ze inderdaad iets beter, maar waren zijn zwaktes goed te dekken. Held van de dag werd onze junior Yanyang. Zijn tegenstander vond niet het juiste plan (als dat er al was) en werd het slachtoffer van een ijzersterke counter op de damevleugel (4½-2½). Als laatste was onze nestor Hans Bosscher bezig (74 jaar ouder dan Yanyang – bij welke sport zie je zo’n leeftijdsverschil in een team?). Om onder het hinderlijk initiatief van zijn tegenstander uit te komen had Hans in het eindspel een kwaliteit tegen twee pionnen gegeven. Helaas konden zijn stukken net niet de gewenste opstelling innemen, waarna zijn tegenstander het nauwkeurig uittikte (4½-3½). Een nipte overwinning op een gelijkwaardige tegenstander.

Ludo Tolhuizen