Verslag ronde 6

Stukkenjagers 6 – Eindhoven 3

Ik was verslaggever van dienst en er was mij dus veel aan gelegen om mijn partij snel – en bij voorkeur winnend – te beëindigen. Het toeval wilde dat onze laatste twee tegenstanders, waaronder de concurrent voor het kampioenschap de Kentering, tegen elkaar speelden in dezelfde speelruimte.
Met onbaatzuchtige medewerking van mijn tegenstander kon ik na 26 zetten de felicitaties in ontvangst nemen en mij verder 100% concentreren op mijn verantwoordelijke opdracht: het wedstrijdverslag! Tussenstand: 0-1
Hoe mijn partij verliep is hier te zien:

Tijdens mijn eerste rondje viel me op dat Loek op bord 3 en Albert op bord 4 een kwaliteit voor stonden. Jan had een bijzondere materiaalverhouding op het bord: T+pion tegen twee stukken. Tom kon op bord 5 bogen op een overwicht op de damevleugel en Thomas had aan het achtste bord een fraaie pionnenstructuur maar zijn tegenstander een vrijpion op de a-lijn. Het kon nog alle kanten op.

Loek was als tweede klaar en zette zijn tegenstander zowaar mat! Waar zie je dat nog tegenwoordig? Nou hieronder dus!

Tussenstand: 0-2

Kort daarop werd Dennis onaangenaam verrast door een gemene paardvork met zijn tanden op de zwarte dame en een toren in de hoek. Het paard stond ongedekt, maar nemen zou tot mat of minimaal kwaliteitsverlies leiden. Het werd het laatste, maar dat kan Dennis beter zelf vertellen.
Citaat:
“Ik kwam op zich best lekker uit de opening. Ik had al snel het loperpaar en geen directe zwaktes in mijn stelling. Echter ik koos een plan, waardoor ik dacht dat ik duurzaam voordeel zou behalen over de witte velden. Door secuur afruilen door mijn opponente, moest ik ineens achteruit. Doorbraak in het centrum, een mooie outpost voor haar paard aldaar, verder opvoeren van de druk, waren ingrediënten voor tijdconsumptie en het niet vinden van die ene verdedigende zet die wel zou kunnen werken. Ik verloor een kwaliteit, probeerde nog diverse schwindels, maar moest me toch gewonnen geven.”  Einde citaat.

Tussenstand: 1-2

Maar de stand kreeg weer een vrolijke aanblik toen Albert op een elegante manier het eindspel tot een goed einde wist te brengen. Oordeel zelf:

En zo stond het weer 1-3

Hierna volgden de gebeurtenissen zich snel op. Aan het eerste bord wist Arda het niet te bolwerken met te weinig pionnen in een dubbel toreneindspel. En zo werd de marge weer verkleind tot één punt: 2-3

Jan werd overmoedig en zag zich al gewonnen maar zag een tussenschaak over het hoofd. Daarover later meer. Thomas zag zich geconfronteerd met tig dameschaakjes, waar hij niet onderuit leek te komen. Het goede nieuws kwam van bord 2 waar de tegenstander van Jan een stuk blundert en Jan dus pardoes een kwaliteit voor stond. Maar daarover later meer. Ondertussen had De Kentering aan de naastgelegen rij tafels met 6½-1½ van Stukkenjagers 5 gewonnen. Voor de laatste twee speelrondes moeten we dus ook bordpunten scoren!

Tom was lang aan het manoeuvreren om twee pluspionnen in een toreneindspel te verzilveren. Maar toen de zwarte koning de verkeerde kant op ging sloeg Tom aan de andere kant van het bord hardhandig toe: al zwarts pionnen vlogen eraf.

Tussenstand 2-4. We hadden nog maar een half puntje nodig.

Helaas wist Thomas het niet te redden, waardoor het 3-4 werd.
Citaat:
“Ik was erg teleurgesteld met de uitslag van deze partij. Ik kwam goed uit de opening met een sterk centrum en mogelijke plannen om een aanval op de witte koning te beginnen, maar na het ruilen van een paar stukken was het eigenlijk wit die een klein voordeel had. Ik bleef vechten voor de winst, waardoor ik in een slechte stelling kwam met een vrije a-pion voor wit. Daarna was het eigenlijk snel gedaan, ook al bleef ik nog lang door bikkelen, hopend op een fout, die trouwens wel kwam met 30. Dh4, maar ik benutte deze kans niet. Al met al een leerzame partij voor mij om niet te ambitieus te spelen in gelijke stellingen.”  Einde citaat.

En was alle hoop gevestigd op Jan. Ik heb hem eens rustig kunnen observeren, maar Jan zet zijn stukken niet óp een veld, maar duwt ze er het liefst dwars doorheen. Waarschijnlijk om er zeker van te zijn dat ze daar ook blijven staan. Weet je wat, we laten hem zelf maar eens aan het woord.
Citaat:
“Mijn tegenstander koos met wit een ongebruikelijke oerdegelijke opstelling. Jammer! Want ik had zin in ‘iets wilds’. Dat lukte: al na 14 zetten stond er een stelling op het bord met voor mij een T+ vrijpion in ruil voor een L+P. Dat betekende een materiaalverhouding waar we beiden nauwelijks of geen ervaring mee hadden waarbij ik erop gokte in de volgende doolhof beter de weg te zullen vinden. In elk geval vond Fritz mij wel erg enthousiast. Precies op het moment dat Fritz beter over mij te spreken was door een pion te gaan winnen dacht ik het nog beter te weten: juist een pion offeren in ruil voor uitzicht op twee ongedekte stukken. Maar helaas: door een tussenschaak ging dat feest niet door en begon het er somber uit te zien. Maar even later was het mijn tegenstander die vergat dat torens, als ze in het eindspel met zijn tweeën zijn soms tegen L+P opgewassen zijn: dat kostte plotseling zijn loper. Daarna kon ik mij bij de twee andere teamgenoten voegen die met een kwaliteit meer op de overwinning afstevenden. Maar ik was wel als allerlaatste klaar van de 96 schakers die uren tevoren in die zaal begonnen waren. Nooit meer doen?!”  Einde citaat.

En zo konden we goed gemutst met z’n allen terug naar huis: 3-5 en nog volop uitzicht op het kampioenschap!

Jos Rensen