Wat was het mooi. De witte velden, de stilte, de rust die over het land neerdaalde tegelijk met de sneeuw. Het leek wel of alles tot stilstand kwam. Niet alleen de treinen en het vliegverkeer die eerste weken van januari maar ook de mensen om je heen. Je kon schaatsen, koek en zopie, thuiswerken – wat al gauw verzandde in staren uit het raam als je gezegend was met uitzicht – of gaan wandelen door de bossen, de velden, de akkers alles bedekt onder een dempende laag witte kristallen. Het jachtige, het gehaaste waaraan wij ons plegen over te geven alsof het zo moet zijn kwam even tot bezinning. Sommige nieuwsberichten schreeuwden in eerste instantie nog om de erbarmelijk lage weerstandsgrens van ons landje; onze nationale luchthaven en trots, hoe kon die nou niet voorbereid zijn op een ietsepietsie kou? De Russen zouden ons uitlachen. In Siberië ging alles bij min veertig gewoon door. Daar plasten de passagiers als het moest op de wissels, hier hadden we niet eens verwarming onder elke spoorstaaf, laat staan dat wij onze forensen tot een dergelijke vaderlandslievende daad zouden kunnen aansporen. Toen het wat langer aanhield en ook de meerderheid begon in te zien dat je soms beter mee kunt bewegen dan je verzetten tegen de natuur, veranderde de toon enigszins afhankelijk van welke kwaliteitskrant op je digitale mat plofte.
Ik verzet me alleen tegen door de mens veroorzaakte hittegolven, en wel zonder succes. Ik koester de sneeuw, de rust, de witte velden, de dagen dat alles stilvalt, de dagen dat je ongestoord kunt mijmeren, de dagen dat je zonder enig schuldgevoel om wat je allemaal nog meer aan nutte en onnutte dingen te doen stond een schaakbord pakt om, tegelijk met de stukken, je gedachten te laten gaan. Genieten van uren waarin je nadenkt over één hooguit twee zetten in stil contrast tegenover het gekkenwerk ergens in een subtropisch woestijnstaatje waar ze wereldkampioen proberen te worden in drieminutenpotjes. Niet dat ze in een seconde meer fouten maken dan ik in een uur, maar ik haat die haast, mensen doe toch rustig.
Lees meer “Interne revisited”